Op safari

Stukje geschiedenis

Al eeuwenlang fascineren de Afrikaanse vlakten mens en dier. Ontdekkingsreizigers waren de eerste westerlingen die eind 19de eeuw de onbeminde Afrikaanse bush trotseerden. Vrij snel werden ze gewaar dat hun tocht door de wildernis zonder hulp van de lokale bevolking – gidsen – onbegonnen werk was. Enkel lokale inwoners hadden een uitstekende kennis van de omgeving en konden de expeditie tot een goed einde brengen. Nadien hielden rijke Amerikanen en Europeanen talrijke jachtexpedities en jachtreizen naar Afrika. Pas een halve eeuw later werd er voor de eerste keer met een camera geschoten in plaats van met een jachtgeweer. De eerste safarikampen werden geïntroduceerd en beetje bij beetje evolueerden safari’s naar het op zoek gaan naar, het observeren van en fotograferen van (grote) wilde dieren in de Afrikaanse wildparken.

Sindsdien overtreft de ultieme safari elke verwachting: onder begeleiding van een gepassioneerde gids de diepste geheimen en verborgen schatten van de ongerepte bush ontdekken. Avontuurlijk, maar toch met een gevoel van vrijheid en een sterk eenheidsgevoel met de wildernis.

Big Five

Het spotten van dé Big Five wil iedereen zonder twijfel op zijn/haar verlanglijstje afvinken. Maar laat u vooral niet misleiden door de naam. De term ‘Big Five’ komt uit de jagerswereld en staat niet in verhouding tot de vijf grootste en gevaarlijkste dieren in Afrika, maar wel tot de vijf diersoorten die het moeilijkste zijn om op te jagen: de olifant, de buffel, de neushoorn, de leeuw en het luipaard. Jagen op (groot) wild is nooit zonder risico, maar ten opzichte van andere dieren zijn deze vijf het moeilijkst te schieten. Olifanten en buffels kiezen resoluut voor de aanval wanneer ze zich bedreigd voelen, gewond zijn of met (pasgeboren) jonge kuddedieren rondtrekken. Neushoorns zijn gekend voor hun temperament en driftbuien, en keren zich zonder een minuut te aarzelen tegen hun vijand. De grote katachtigen zijn doorgaans zeer gevaarlijk voor jagers. Leeuwen leven in groepsverband op een afgebakend territorium en jagen samen op hun prooi. Het luipaard verkiest solitair te leven, maar is zeer schuw waardoor ze het moeilijkste te vinden zijn.

Deze illustere vijf zijn de legendes van de Afrikaanse wildernis en worden tegenwoordig als synoniem voor Afrika bestempeld.

Sindsdien overtreft de ultieme safari elke verwachting: onder begeleiding van een gepassioneerde gids de diepste geheimen en verborgen schatten van de ongerepte bush ontdekken. Avontuurlijk, maar toch met een gevoel van vrijheid en een sterk eenheidsgevoel met de wildernis.

Nationaal park versus privéreservaat

Een nationaal park is een immens domein dat toebehoort tot de staat. Het Kruger National Park in Zuid-Afrika is hiervan ongetwijfeld het beste voorbeeld. Van zonsop- tot zonsondergang mag u zelf rondrijden op honderden kilometers verharde en onverharde wegen. Op de verharde wegen geldt een snelheidslimiet van 50 km/u en op de onverharde wegen (‘gravel roads’) is dit maximum 40 km/u. Een publiek park biedt u de mogelijkheid om zelf dieren te spotten. Wees u er wel van bewust dat u geen zoo bezoekt waar dieren op afgebakend terrein leven. Bovendien wordt elk dier dat zich in de buurt van een weg ophoudt als het ware bestormd door wagens.

Voor velen klinkt het Krugerpark als hét safarigebied, maar de minder bekende privéreservaten zijn zeker zo interessant ! Dit zijn wildreservaten die privé-geëxploiteerd worden en bijgevolg alleen toegankelijk zijn voor wie er logeert. De lodges in de privéreservaten zijn prijziger dan de kampen in de publieke parken, maar daar staan uiteraard heel wat troeven tegenover: alle maaltijden en alle safari-activiteiten zijn inbegrepen, u geniet van een zeer persoonlijke service en een rustige omgeving. Hier stapt u twee keer per dag aan boord van een open jeep en verkent u onder begeleiding van een ervaren en gekwalificeerde natuurgids (‘ranger’) en spoorzoeker (‘tracker’) de wildernis. De gidsen hebben de toestemming om ‘off road’ te rijden. Hierdoor geniet u van een exclusieve, avontuurlijke en tevens zeer leerrijke safari-ervaring.

Is zo’n open jeep dan niet heel gewaagd en gevaarlijk !?

Neen, de dieren zijn er mee opgegroeid en zien de jeeps niet als bedreiging. Daarnaast verkent u het reservaat met een zeer professionele gids. Ze kennen het reservaat op hun duimpje en zullen u nooit in een gevaarlijke situatie brengen. Ja u komt dicht, heel dicht en soms zelfs verbluffend dicht bij de dieren. Maar de gidsen wegen altijd eerst af wat er wel of niet kan. Zo worden bronstige mannetjes of een kudde met pasgeboren kalfjes nooit te dicht benaderd.

Voor u op safari vertrekt, krijgt u ook enkele belangrijke richtlijnen mee die u te allen tijde dient te respecteren. Zo mag u nooit rechtstaan, bruuske bewegingen maken of roepen tijdens de safari. De dieren zien de jeep namelijk als één geheel, dat bovendien enorm hard stinkt naar gas, olie en rubber. Alleen als u die ene structuur verbreekt, zal u aandacht krijgen.

In de nationale parken kan en mag u zelf met uw huurwagen rondrijden, maar ook hier gelden enkele strenge regels. Stap alleen uit op plaatsen waar het uitdrukkelijk toegelaten is, laat de raampjes dicht en doe uw auto voor alle zekerheid op slot (bavianen en andere apen, maar blijkbaar ook leeuwen weten uw deur te kunnen openen). Komt u onderweg wilde dieren tegen ? Rijd rustig, houd afstand en wacht tot de dieren van de weg gaan. Duw uw gaspedaal niet halsoverkop in en claxoneer vooral niet. Toon respect en heb geduld, u betreedt tenslotte hun territorium.

Dagindeling

Een doorsnee safaridag bestaat niet en geen enkele safari is hetzelfde. Eén ding is zeker: twee keer per dag, bij zonsopgang en voor zonsondergang, gaat u op gamedrive. Rond deze tijd zijn dieren immers het meest actief. De tijd tussen de safari’s bent u vrij om in te vullen met bv. rusten, een boek lezen of relaxen in de lodge. Sommige lodges bieden u de mogelijkheid om na het ontbijt ook deel te nemen aan een wandelsafari. Om u toch een iets duidelijker beeld te kunnen geven, schetsen we hieronder graag een ruwe dagindeling:

Om half zes wordt u met een heerlijke kop koffie en biscuits gewekt. Vertrek bij zonsopgang omstreeks zes uur en op zoek naar wilde dieren. Rond half negen een korte koffiepauze met snacks en vervolgens rondtoeren tot tien uur. Terugkeren naar de lodge voor een heerlijk royaal, vers ontbijt. Luieren of wandelsafari tot lunchtijd.  Lichte lunch. Mogelijkheid tot hazenslaapje en high tea om half vier. Paraat voor namiddagsafari omstreeks vier uur, wanneer de hitte razendsnel afneemt. Rondrijden in de Afrikaanse bush – met G&T moment – tot acht uur, gevolgd door uitgebreid diner. Na het diner is het ten slotte gezellig vertoeven rond de boma (British Officers Mess Area): dé plek waar boeiende verhalen en aangenaam gezelschap gepaard gaan met een drankje. Kruip zeker niet te laat onder de wol, want de volgende ochtend gaat de wekker weer zeer vroeg af … .

Wat alle safari’s met elkaar gemeen hebben is de ontzagwekkende wildernis, spectaculaire landschappen, ongeziene natuurwonderen, oog in oog staan met wilde dieren, sundowners in de bush, magnifieke zonsondergangen, waanzinnige sterrenhemels en gezellige avonden rond het kampvuur. Eender welke bestemming u kiest, een safari laat adembenemende indrukken na!

Kinderen

Op safari in Afrika met kinderen? Wij zeggen ja! Maar … toch met een minimum leeftijd van 4 jaar. Houd er ook rekening mee dat er verschillende leeftijdsbeperkingen kunnen gelden, afhankelijk van de bestemming. Deze beperkingen worden niet enkel opgelegd omtrent veiligheid, maar ook voor de bescherming van de privacy en rust van andere klanten. Hierdoor laten sommige kampen of lodges kinderen pas toe vanaf 14 of zelfs 16 jaar oud.

Gelukkig zijn er andere verblijven die zich enorm kindvriendelijk opstellen voor de families onder ons! Zij bieden aangepaste activiteiten en logiesmogelijkheden aan. Raadpleeg ons gerust voor meer info hieromtrent.

X